Ik herinner me steeds meer van "vroeger".
Maar ik ben ook in een heel andere tijd opgegroeid dan mijn broers en zus.
Ik ben 9 jaar nagekomen zoals dat heet.
Op de zwart/wit foto zie je het gezin van mijn ouders(gemaakt ter gelegenheid
van hun 25 jarig huwelijk). We woonden allemaal nog thuis en hadden dromen over de toekomst.
En ook hadden hun dromen over de toekomst van hun kinderen.
Ik ben opgegroeid in een tijd dat er weer geld was. Mijn broers en zus hebben de armoede van mijn ouders gekend.
Dus ook in dat opzicht ben ik een tevreden en gelukkig mens.
En nu, vele jaren later na de eerste foto, ziet het leven van ons er vast anders uit dan mijn ouders gehoopt of gedacht hadden.
Mijn vader is in 1980 overleden en mijn moeder in 2003.
Dus toen was ik een weeskind. Dat voelde toen heel raar.
Jan en ik zijn ook alweer 30 jaar getrouwd.
En ieder van ons heeft lief en leed gekend.
Zoals het bij elk mensenkind gaat.
En dan wordt er een foto gemaakt, vele jaren later. We zijn allemaal ouder en `wijzer` geworden.
En dan denk ik aan mijn eigen leven.
Ik ben een rijk mens met een hele lieve man en prachtige kinderen en kleinkinderen en schoonzoons.
Een studie gevolgd welke ik voorheen nooit had gekozen.
En waar sta ik nu.
Ik wacht...wacht op donorlongen.
Mijn levensverhaal is nog niet af.
Ik wil nog zoveel.
En wat denk je waar ik het meest van zal genieten als ik getransplanteerd ben?
Zonder slangen en pompen opstaan en weglopen. Zomaar. zonder het benauwd te krijgen.
Dat lijkt me echt het einde.
Dit is misschien een bericht zoals jullie het niet van mij gewend zijn.
Maar ik moest dit gewoon opschrijven.
Het moet uit mijn hoofd.
Dan kunnen er weer nieuwe herinneringen bij.
Maar ondanks dat ik ziek ben en aan de zijlijn van het leven sta, geniet ik en ben ik gelukkig.
Dus dat beloofd wat voor als ik weer actief kan deelnemen aan dit leven.
En dat moment komt, dat weet ik hartstikke zeker.
En door de wekelijkse kaartjes van de een, telefoontjes van de ander, mailtjes van weer een ander, is dit leven zeker de moeite waard.
Jan en ik staan niet alleen in onze strijd.




